Posts tonen met het label op de heuvels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label op de heuvels. Alle posts tonen

20/01/26

Malanderpark


Wie Ronse vanaf Oudenaarde binnenrijdt, wordt net voor hij vergast wordt op een magnifiek uitzicht vanaf de afzink op de Kruisstraat, nog eerst verleid met een blik op het Malanderpark, officieel het de l'Arbre de Malanderpark. Al is verleid misschien een iets te genereuze omschrijving gezien het park bij momenten (zoals nu wanneer de wilgen net geknot zijn) een wat troosteloze en armoedige aanblik biedt. 
Nochtans heeft het enkele troeven die nu nog onvoldoende uitgespeeld worden om ook een toeristische attractie te vormen. Wellicht heeft de ligging langs een drukke invalsweg met vrijwel geen enkele parkeergelegenheid daar ook mee te maken. 


De grond was oorspronkelijk een zandwinningsgebied voor de stad Ronse, tot die halfweg de vorige eeuw geschonken werd door de kasteelheer van het even hogerop gelegen kasteel de Malander (tegenwoordig aan de overzijde van de Kruisstraat). Deze Louis de l' Arbre de Malander is de grootvader van Isabelle de Malander, die in 1971 de Liechtensteinse prins Filips huwde. In 1951 ontwierp tuinarchitect René Pechère er de basis van de huidige tuin. In 2008 was het echter al in die mate achteruitgegaan dat volgens de Vlaamse bouwmeester het oorspronkelijk ontwerp niet meer zichtbaar was an sich, dat de originele planten en bomen wildgegroeid of zelfs verdwenen waren en dat ook het schitterende uitzicht belemmerd werd door hoge bomen. Het project tot de opmaak van een herwaarderings- en inrichtingsplan werd echter geannuleerd.


Tegenwoordig kan je gelukkig toch nog wat terugzien van het ontwerp, is het uitzicht enigszins hersteld en tref je nog steeds op het hoogste punt een gedenksteen met zonnewijzer.


René Pechère, die het park aanlegde, was een invloedrijk tuinarchitect. In Ronse stond hij in voor de heraanleg van het kloosterpand aan het Kaatsspelplein, nabij de Sint-Hermescrypte. Verder ontwierp hij o.a.:
- de tuin van het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling Parijs 1937
- de tuinen van de kasteeldomeinen van Beloeil en Argenteuil
- het bovenste gedeelte van de Kruidtuin in Brussel
- in grote mate het uitzicht van de terreinen van Expo '58  
- de tuin van het Rijksadministratief Centrum in Brussel, in 2008 per ongeluk afgebroken maar in 2014 heraangelegd

08/06/22

Waar men gaat langs Vlaamse wegen, komt men U, Maria, tegen


Toen ik in Gent woonde, had ik Oostakker-Lourdes als Mariabedevaartsoord. In Ronse is het dan wel minder spectaculair maar de kapel van Wittentak is, zonder namaakgrot, eveneens een trekpleister voor gelovigen die Maria bijstand willen vragen of bedanken. Dat je er een klim voor over moet hebben (die gelukkig ook met de auto te doen is), is dan ook erg toepasselijk. Geen genade zonder inspanning, geen beloning zonder moeite, dat lijkt het idee te zijn. En misschien vond de bouwheer van de kapel wel dat een oord gewijd aan Maria verheven diende te zijn boven de stad.


Oorspronkelijk stond de kapel nochtans een beetje lager op de heuvel, op de hoek van de Kapellestraat en de Meulekensstraat. Die werd na de builenpestepidemie van 1636 gebouwd. Terwijl onder andere Kortrijk en Brugge zwaar getroffen werden, bleef Ronse al bij al gespaard. De inwoners kwamen hun belofte na en gaven het Mariabeeld dat al sinds 1439 vereerd werd, een onderkomen in 1639. Ze werd ingewijd door de Gentse bisschop Antonius Triest (niet te verwarren met Petrus Jozef Triest, stichter van de Broeders van Liefde en de Zusters van Liefde). Helaas was op het einde van de 19e eeuw de kapel zo vervallen dat ze op instorten stond. Het gebouw, dat zowel gotische als rococo-elementen bevatte, werd afgebroken en zo'n 500 meter verder werd op grond die geschonken was door de familie Cambier. In 1892 werd de nieuwe kapel ingewijd. Het was het Gentse huis R. Rooms dat zorgde voor de levering van de beelden, de meubels en de vier kandelaars. 



De kapel is niet enkel gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, maar ook aan de H. Rochus. Je vindt er ook een mooi beeld van de H. Hubertus. Het interieur is nu witgeschilderd maar was ooit versierd met polychromie. 


In het begin van de twintigste eeuw werden er neogotische ramen geplaatst en in de brandramen herkennen we H. Antonius van Padua, Johannes de Doper, Sint-Godelieve, Sint-Elisabeth, Sint-Aloïsius, de zalige Margaretha, Sint-Mauritius en de heilige Jozef, vader van Jezus. Die werden allemaal gemaakt rond de eeuwwisseling tussen 19e en 20e eeuw, al is er in de kapel ook een modern glasraam uit 1960. 


In een speciale kast links in de kapel werden afbeeldingen van genezen lichaamsdelen opgehangen, die gemaakt lijken uit was. 


Sinds 1984 is er rond de kapel ook een kruisweg.


Wie interesse heeft voor de hele geschiedenis van de kapel, verwijs ik graag naar
deze website
.