Posts tonen met het label gelinkt met Gent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gelinkt met Gent. Alle posts tonen

22/09/24

Sierk Masjiek


Even waande ik me gisteren terug in (een kleine versie van) Gent. Het gratis festivalletje Sierk Masjiek, een festival van de verwondering, verbeelding en verbazing, richtte zich vooral tot kinderen maar ook voor volwassenen was er genoeg leuks te zien. Het deed me allemaal een beetje denken aan MiraMiro, het straattheaterfestival tijdens de Gentse Feesten dat me elk jaar weet te bekoren.


Dat Gents gevoel werd alleen maar groter bij de eerste act die je zag als je het buitenterrein van CC De Ververij betrad: poppentheater Pedrolino bracht er een voorstelling van Pierke Pierlala. Het vervulde me van intens genot en ook wel een beetje heimwee om het Gents en die typische Pierke-humor te horen.




Verder waren er allerlei installaties (een houten speeltuin), kleine voorstellingen (een mobiel dokterskabinet voor "kwakzalverij en kakadorissen", De Spierderij -waarover straks meer-, een mobiel orkest en twee vreemd uitgedoste figuren die in interactie gingen met het publiek,...). Kinderen konden zich laten grimeren of bij Madame Chapeau gekke hoeden laten aanmeten.


Toen de voorstelling van De Spierderij (een wedstrijd "om ter sterkst" tussen een kind en een volwassene) begon, werd ik toch wel uitgekozen als Chinese vrijwilliger om mee te doen, zeker. Het was best wel een grappige voorstelling en het was leuk om mee te doen en uiteraard won het kind na 3 proeven (dat is nu eenmaal een ongeschreven regel van dit soort straattheater).

28/06/24

Komt kijken en luisteren!


Als kind werden we door onze ouders vaak meegenomen naar het Citadelpark in Gent.  Hoofdattractie was steevast het voederen van de eendjes (niemand maakte zich in die tijd bedenkingen over de gevolgen voor de eenden) in één van de vijvers in het park. Een opmerkelijke locatie was ook de kiosk aan de kant van de ring rond Gent. Die sprak tot onze verbeelding, we zagen er immers nooit optredens of zo, het was toen vooral een verheven speellocatie voor de kinderen. Op latere leeftijd heb ik ter gelegenheid van één of andere festiviteit wel eens een fanfare of harmonie er zien optreden, zoals dat vaker gebeurde in de kiosk op de Kouter. 


Kiosk Citadelpark (foto: stad Gent)

Pas op volwassen leeftijd ontdekte ik dat ook Ledeberg, waar ik opgroeide (en ook later nog veel van mijn volwassen jaren zou wonen), ooit zo'n kiosk had, op het kerkplein (thans Ledebergplein). Dat is nog duidelijk te zien op oude ansichtkaarten.


Kiosk Ledeberg (oude postkaart, stad Gent)

In het Bruulpark in Ronse staat tevens een exemplaar, prominent in het midden van het grasveld. Het Bruulpark werd tijdens het Franse bewind aangelegd als promenade en heette toen nog L'Esplanade.  In het midden  van de 19e eeuw verscheen de oorspronkelijke kiosk, naar een ontwerp van architect Jean Baptiste Royers, ooit de stadsarchitect van Ronse en docent aan de academie. Het huidige exemplaar werd in 1966 gebouwd, boven de elektriciteitskast die je onder de trap kan zien. Architect J. Deweerdt tekende voor dit ontwerp. Opmerkelijkste kenmerk van de kiosk is het dak, aan de binnenkant bekleed met hout en in een atypische vorm als ik het vergelijk met de andere stadskiosken die ik al ooit zag.


Concerten zag ik er nog niet (ik meen me wel te herinneren dat er sinds ik hier kwam wonen, minstens één keer iets gepland was waar ik echter niet naar gaan kijken ben) en dus zie je hier vooral kinderen spelen, zoals dat ook in de kiosk van het Citadelpark het geval was (en vermoedelijk nog steeds is).

23/06/23

Het voetbalhart klopt hier niet meer (deel 1)

Als kind was de eerste voetbalwedstrijd waar mijn vader mij mee naartoe nam, als ik me goed herinner, een thuismatch van AA Gent tegen SK Beveren. We mochten als kinderen in de staantribune rechtover de hoofdtribune, in de box die soms voorbehouden was voor de televisie, als die de match toonden. Gent speelde toen nog in tweede klasse, dus was die leeg. Leuk detail: in de krant (Het Volk) stond een foto van de match genomen tijdens een fase rond de middellijn en op de achtergrond kon je mij en mijn broer zien zitten (amper herkenbaar natuurlijk).
Voetbal is altijd een belangrijk deel van mijn leven gebleven en hoewel ik allesbehalve een fanatieke supporter ben, blijft AA Gent toch in mijn hart. Maar ik kan ook genieten van andere ploegen en andere stadions. Enkele jaren geleden, toen we het huis hier net gekocht hadden, ging ik met mijn beste vriend naar de bekerwedstrijd van KSK Ronse tegen Racing Genk. Voor de Ronsenaren was deze loting in de Croky Cup natuurlijk een buitenkans, maar sportief maakten ze niet echt kans, zoals ook zou blijken. De sfeer in het stadion was echter geweldig.
KSK Ronse is intussen opgegaan in fusieclub KSK Vlaamse Ardennen, met KVV Vlaamse Ardennen uit Maarkedal maar nu spelend in het stadion van KSK Ronse. KSK Ronse was zelf een fusieclub, van AS Renaissienne en FC Renaissienne, sinds 1987. 


Vandaag hebben we het over het oude stadion van ASSA Ronse, zoals de club in het Nederlands heet. Ze speelden in het Maurice Vandewielestadion, gelegen aan de Viermaartlaan. Het stadion is niet meer in gebruik en wordt (of werd?) verkocht maar soms kan je er toch nog een kijkje nemen (als is het strikt genomen verboden want privé eigendom). 

 

Veel blijft er niet meer over: je ziet een hoog grasveld waarin nog 2 doelen staan en de hoofdtribune, met zwarte en groene verf, verkeert in niet al te beste staat meer. Bovendien staat er intussen al wat begroeiing voor. Maar toch krijg je een idee van hoe voetbalfans hier hun ploeg hebben aangemoedigd. Ooit was dat zelfs tot in tweede klasse en ooit speelde een zekere Raymond Goethals bij de club.
Veel meer informatie over het stadion, zijn geschiedenis (en dat van de club) kan je hier vinden. En in een later te publiceren deel 2 gaan we op zoek naar het voormalige stadion van FC Ronse, het Parc Lagache, waar nu tennis- en padelvelden zijn.




13/06/23

Ronssies, een dialect als geen ander

Naar het schijnt is het Ronsisch dialect (of "Ronssies" zoals dat hier dan heet) net als Gents een dialect dat een heel bijzondere plaats inneemt binnen de Vlaamse dialecten. Terwijl de meeste dialecten heel erg verwant zijn binnen eenzelfde regio, geldt voor beide dialecten dat ze een heel unieke mengelmoes zijn. De historische ontstaangeschiedenis met de verschillende invloedssferen doorheen de geschiedenis én de komst van heel wat arbeiders van heinde en verre voor de textielindustrie, zouden hiervoor verantwoordelijk zijn.
Binnen de stedelijke cultuurraad werd in 2011 de werkgroep 't Ronssies Geklapt opgericht om het dialect te herwaarderen, te beschermen en te promoten.
Eén van de meest zichtbare elementen daarvan is het beeldje dat je hierboven al zag. Het stelt "Buuntsies Neutsies" voor, de bijnaam van Julien Deraedt, die in de vorige eeuw zijn gepofte erwtjes aan de man bracht bij voetbalwedstrijden en andere activiteiten. Hij staat symbool voor het dialect en naar het schijnt brengt even over het hoofd wrijven van het beeldje geluk. Hij staat afgebeeld met de mand waarmee hij door de stad trok. Je vindt het beeldje in het centrum , aan De Vrijheid, het gebied nabij de Sint-Hermesbalisiek. Over de geschiedenis van dat stadsdeel zal ik het later nog wel eens hebben.


De "buuntsies" worden overigens nog steeds gemaakt, door Marnic Torque, en je kan ze niet alleen kopen bij de toeristische dienst maar in heel wat cafés staan ze naast chips en een kaasje op het menu.
Zoals ik al eerder vertelde, ben ik dan wel een Gentenaar van geboorte, ben daar opgegroeid en heb daar een groot deel van mijn volwassen leven gewoond, maar wellicht doordat mijn ouders uit de omliggende streek waren (Beervelde en Lochristi) spraken wij geen Gents en ik ben dat dialect dan ook niet machtig. Ik luister er wel graag naar en kan genieten van b.v. de liedjes van Walter De Buck in het Gents (waarvan vele eigenlijk door volkszanger en notoir socialist Karel Waeri zijn geschreven bijna een eeuw eerder). Het dialect hier in Ronse kan ik uiteraard zeker niet en het klinkt in mijn oren inderdaad als een vreemde mix van Westvlaamse, Brabantse en nog een hele hoop andere klanken. Leuk is wel dat aan heel wat winkels een bordje hangt met een Ronsisch dialectwoord dat verbonden is met het soort winkel waar je langsloopt.

08/12/22

A touch of glass

Winteravonden zijn ideaal om in Ronse te genieten van de mooie glasramen en deuren waarachter (soms) het licht brandt van zodra de schemering invalt. Samen met mijn vriendin, die glas-in-lood volgt in avondles, lieten we ons gidsen door de binnenstad van Ronse op zoek naar de mooiste ramen van de stad.

De gidsbeurt startte in de Sint-Martinuskerk, waarover ik het hier al eens eerder had. De kerk herbergt immers prachtige glasramen die allemaal in het begin van de twintigste eeuw werden gemaakt, tijdens de hoogdagen van de Ronsische textielbaronnen. Hoewel de eerste wereldoorlog nog volop aan de gang was, pakten de rijken van de stad vooral bij de bouw en de inrichting van deze kerk uit met hoeveel geld ze te besteden hadden. De beste architecten en glazeniers werden ingehuurd, niet zelden uit Gent. Elke rijke familie heeft zo wel zijn pronkstuk ergens in de kerk waar het licht prachtig doorheen valt.


Na een uitgebreide uitleg trokken we de stadsdelen in die gebouwd waren in diezelfde periode en erna, zeg maar het interbellum vooral, waar we pareltjes van art déco zagen en daarop geïnspireerde bouwstijlen en waar menig huis ook versierd was met soms zeer opvallende glasramen, die een idee gaven van de welvaart van de bouwheren. 


 

Eindigen deden we bij glasjuwelier Elisabeth Leenknegt die onder de naam Elisa Lee in haar atelier in de Fostierlaan samen met haar medewerkers juwelen vervaardigt die in haar winkels hier, in Gent, Antwerpen en Leuven verkocht worden. Haar vader maakt overigens glassculpturen waarvan je er talrijke kan bewonderen in het AZ Glorieux, onder meer in de inkomhal. 


04/11/22

De doden leven verder in onze verhalen



De eerste november is een moment waarop we stilstaan bij de doden. Omdat rituelen belangrijk zijn, is het voor vrijwel iedereen op die dag een traditie om de graven (of andere rustplaats) te bezoeken van geliefden, van familie en van hen die we genoeg kenden om af en toe nog eens aan hen te denken. Sinds 2012 groeide in Vlaanderen een nieuwe traditie. Naar aanleiding van het overlijden van een jonge muzikant uit Deerlijk besloot een vriend en collega-muzikant hulde aan hem te brengen met muziek op de begraafplaats op die rituele eerste november.
Intussen zijn er overal in Vlaanderen heel wat gemeenten die meedoen en zo ook Ronse. Voor de derde keer werd Reveil er georganiseerd, dit jaar op de begraafplaats Hogerlucht. Aan het einde van het grasveld achter het recente monument dat er staat, kwamen de mensen samen om te luisteren naar liedjes over rouw en verlies van Joachim Wannyn en naar verhalen van Hilde Rogge. Zij plukte vertellingen uit verschillende culturen om ons te vertellen over de dood, over hoe die ons leven bepaalt en hoe we ervoor vluchten maar hij onontkoombaar is.
Zelf had ik al edities van Reveil meegemaakt in Gent (Campo Santo) en Beernem. Van de edities die ik meemaakte, was dit de soberste, een kwaliteit die wel past bij het respectvol omgaan met de dood en de begravenen.

 
 
Na afloop werd ons nog een tas warme pompoensoep aangeboden en zo werden we ook fysiek versterkt, op een avond waarop het pas op het eind was beginnen regenen en de wind was toegenomen. De organisatoren hadden in de weken vooraf ook verhalen van overledenen die op Hogerlucht begraven liggen, verzameld. Die zullen ze binnenkort publiceren.

22/06/22

Stijlzuivere architectuur


Het meest opvallende gebedshuis in Ronse is zonder twijfel de Sint-Hermesbasiliek, maar niet eens zo ver daarvandaan vind je een andere markante kerk. De Sint-Martinuskerk is een stijlzuiver voorbeeld van neogotiek waarvan de bouw gestart werd in 1892.


De architect achter dit prachtig gebouw is de Gentenaar Modeste de Noyette. De bouw ervan duurde vier jaar. Deze Gentenaar is vooral bekend om zijn imposante kerken en openbare gebouwen en hij had een grote voorliefde voor de gotiek, meer bepaald de Scheldegotiek (ook wel bekend als Doornikse gotiek). Hij werd geboren in Ledeberg, de (nu deel)gemeente waar ik een groot deel van mijn leven heb doorgebracht. Hij overleed er ook in 1923. Als voorzitter van de Société des Architectes de Flandre-Orientale verdedigde hij de belangen van zijn beroepsgroep, onder meer in het tijdschrift L'Emulation. In 1870 was de kerk van Haaltert zijn eerste opdracht, maar hij was ook nog als architect betrokken bij de Sint-Vincentiuskerk van Eeklo, het gemeentehuis van Gentbrugge, het voormalig gemeentehuis van Sint-Amandsberg (aan Campo Santo), de Leopoldskazerne in Gent en Villa Madonna in Ronse. Hij stond duidelijk niet afkerig van grondige renovaties waarin sporen van het verleden vernietigd werd (zoals in de Sint-Martinuskerk in Gent-Ekkergem), hoewel hij ook lid was van de Koninklijke Commissie voor Monumenten. Een overzicht van gebouwen die als erfgoed erkend zijn en door hem ontworpen zijn, vind je
hier.


Tegenwoordig is de kerk dagelijks toegankelijk van 10 uur tot 17 uur. Een kijkje nemen binnen is de moeite zeker waard. Wat me meteen opviel, is hoe ruim de kerk is. Zoals wel vaker bij dit soort gebouwen is het er vrij donker, als zorgen de vele glasramen ervoor dat, zeker wanneer de zon schijnt, er toch een mooi licht binnenvalt. Zeker de hoge glasramen in het portaal zijn indrukwekkend. 
Onder de glasramen zijn enkele hoogtepunten van de Vlaamse glazenierskunst van de hand van Gust Ladon en van Camille Ganton-Defoin. De glasramen beelden allerlei taferelen uit zowel oude als nieuwe testament uit en waren voor de vele ongeletterde gelovigen een visuele catechismus.



Hier en daar in de kerk vind je heel bijzondere details, zoals de duidelijk negentiende-eeuwse lampen die her en der zijkapellen verlichten en waarvan de meeste nog steeds gebruikt worden. De armaturen zijn gracieus. Ook hangt er naast een statie van de kruisweg in de kooromgang een oude houten wandklok met daarboven een fraaie bel die net voor het begin van de mis het binnentreden van de priester vanuit de sacristie aankondigt aan de gelovigen.



Het meubilair is, net als bij de kapel van Wittentak, van het Gentse kunstenaarshuis Rooms. Vooral de prachtige doopvont, nu wat weggestopt in een hoekje en omringd met tafels vol boeken, maakte indruk op mij. Bijna al dat meubilair is eveneens neogotisch en past dus perfect in deze kerk.


Wie op een minder religieuze manier wil verpozen, kan het parkje intrekken dat aan de zuiderzijgevel gelegen is, het Koning Boudewijnpark, dat langs drie toegangswegen bereikbaar is. Het was er erg rustig toen ik er binnentrad. Nochtans lijkt het me midden in de stad een fijne plek om even tot rust te komen.


Heel wat meer informatie over deze kerk vind je hier op de website van de parochie van Ronse.

08/06/22

Waar men gaat langs Vlaamse wegen, komt men U, Maria, tegen


Toen ik in Gent woonde, had ik Oostakker-Lourdes als Mariabedevaartsoord. In Ronse is het dan wel minder spectaculair maar de kapel van Wittentak is, zonder namaakgrot, eveneens een trekpleister voor gelovigen die Maria bijstand willen vragen of bedanken. Dat je er een klim voor over moet hebben (die gelukkig ook met de auto te doen is), is dan ook erg toepasselijk. Geen genade zonder inspanning, geen beloning zonder moeite, dat lijkt het idee te zijn. En misschien vond de bouwheer van de kapel wel dat een oord gewijd aan Maria verheven diende te zijn boven de stad.


Oorspronkelijk stond de kapel nochtans een beetje lager op de heuvel, op de hoek van de Kapellestraat en de Meulekensstraat. Die werd na de builenpestepidemie van 1636 gebouwd. Terwijl onder andere Kortrijk en Brugge zwaar getroffen werden, bleef Ronse al bij al gespaard. De inwoners kwamen hun belofte na en gaven het Mariabeeld dat al sinds 1439 vereerd werd, een onderkomen in 1639. Ze werd ingewijd door de Gentse bisschop Antonius Triest (niet te verwarren met Petrus Jozef Triest, stichter van de Broeders van Liefde en de Zusters van Liefde). Helaas was op het einde van de 19e eeuw de kapel zo vervallen dat ze op instorten stond. Het gebouw, dat zowel gotische als rococo-elementen bevatte, werd afgebroken en zo'n 500 meter verder werd op grond die geschonken was door de familie Cambier. In 1892 werd de nieuwe kapel ingewijd. Het was het Gentse huis R. Rooms dat zorgde voor de levering van de beelden, de meubels en de vier kandelaars. 



De kapel is niet enkel gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, maar ook aan de H. Rochus. Je vindt er ook een mooi beeld van de H. Hubertus. Het interieur is nu witgeschilderd maar was ooit versierd met polychromie. 


In het begin van de twintigste eeuw werden er neogotische ramen geplaatst en in de brandramen herkennen we H. Antonius van Padua, Johannes de Doper, Sint-Godelieve, Sint-Elisabeth, Sint-Aloïsius, de zalige Margaretha, Sint-Mauritius en de heilige Jozef, vader van Jezus. Die werden allemaal gemaakt rond de eeuwwisseling tussen 19e en 20e eeuw, al is er in de kapel ook een modern glasraam uit 1960. 


In een speciale kast links in de kapel werden afbeeldingen van genezen lichaamsdelen opgehangen, die gemaakt lijken uit was. 


Sinds 1984 is er rond de kapel ook een kruisweg.


Wie interesse heeft voor de hele geschiedenis van de kapel, verwijs ik graag naar
deze website
.