26/07/26

Zotte zomer


In het kader van Zotte Zomer, een reeks concerten georganiseerd door Ronseleeft, trad Astrid Stockman gisteren op in de Stadstuin. Ik leerde haar kennen via een voor haar wellicht atypische release, het album Haven dat ze samen met Innerwoud uitbracht. Dankzij haar deelname aan De slimste mens ter wereld werd de sopraan zowaar een Bekende Vlaming. 
Ze bracht gisteren een mix van Frans chanson, meezingers en evergreens. Edith Piaf kwam ruim aan bod met het speciaal aangepaste La vie en Ronse en Hymne à l'amour, dat op de Olympische Spelen van Parijs gecoverd werd door Céline Dion. Haar eigen Eurosong-hit Ne partez pas sans moi mocht ook de revue passeren. Er werd ook geput uit Nederlandstalige klassiekers als Dag vreemde manEenzaam zonder jou en Zie ik de lichtjes van de Schelde, dat als bis zelfs twee keer gezongen werd. Covers van ABBA, Billy Joel en Coldplay zaten ook in de set, waarvan je hieronder de setlist vindt.
Na haar optreden was het ook nog de beurt aan Belle Perez, maar laten we het erop houden dat haar muziek niet echt mijn ding is. Tot slot mocht een DJ het feest de nacht inloodsen.


Setlist Astrid Stockman:

  1. Dancing queen (ABBA)
  2. La vie en Ronse (kleine aanpassing aan Edith Piaf)
  3. Jennifer Jennings (Louis Neefs)
  4. Moon river (Henry Mancini)
  5. Piano man (Billy Joel)
  6. Dag vreemde man (Ann Christy) 
  7. What a wonderful world (Louis Armstrong)
  8. Eenzaam zonder jou (Will Tura)
  9. Zie ik de lichtjes van de Schelde (Bobbejaan Schoepen)
  10. Il jouait du piano debout (France Gall)
  11. Fly me to the moon (Frank Sinatra)
  12. Hymne à l'amour (Edith Piaf)
  13. Your song (Elton John)
  14. Ne partez pas sans moi (Céline Dion)
  15. Con te partiro (Andrea Bocelli)
  16. Viva la vida (Coldplay)
  17. Bisnummer: Zie ik de lichtjes van de Schelde (Bobbejaan Schoepen) 

06/05/26

Florent Devos


(foto voorblad bundel Retrospectieve, uitgegeven door stad Ronse)

Op de Veemarkt loop je makkelijk voorbij aan het huis waar enkel een kleine gedenkplaat aangeeft dat hier het ouderlijk huis staat van beeldhouwer Florent Devos. Deze Ronsenaar werd weliswaar in Zulzeke geboren in 1922, hij zou in 1997 in zijn geliefde Ronse overlijden. Werk van hem kan je doorheen de stad ontdekken. 


Zo vind je aan het station de Ronsiese Zot, een hulde aan de Bommelsfeesten, aan het Koning Astridplein een beeld van pedagoog Ovide Decroly, in het Bruulpark een beeld van Stefaan Modeste Glorieux en op de hoek van de Elzelestraat en de Oude Vesten het borstbeeld van Ephrem Delmotte, componist van heel wat Bommelsdeuntjes. Als beeldhouwer heeft Devos immers de stad een gelaat gegeven en hoewel zijn werk alom tegenwoordig is, is de man zelf een beetje in de vergetelheid geraakt. Dat was zeker één van de redenen waarom een werkgroep onder auspiciën van het stadsbestuur een retrospectieve organiseerde in 2007, tien jaar na zijn overlijden. 
Florent Devos werd dus zoals hierboven geschreven geboren in Zulzeke in 1922 en een jaar later verhuisde het gezin naar de Veemarkt 20. Zijn vader was een schrijnwerker met grote interesse voor kunst. Florent toonde al vroeg talent voor tekenen en in 1936, op 14-jarige leeftijd, mocht hij dan ook de opleiding "beeldhouwen en bouwkunst" volgen aan Saint-Luc in Doornik. Later, in de Tweede Wereldoorlog, vervelde die opleiding tot "beeldhouwkunst en tekenen". In 1943 studeerde hij af en hij werd algauw leraar tekenen aan het Koninklijke Atheneum, daarna leraar hout aan de Vakschool Adolphe Hullebroeck en de Rijkstechnische School van Ronse. 



(bron: bundel Retrospectieve, uitgegeven door stad Ronse)

Florent Devos was echter veel meer dan enkel de beeldhouwer, hij was medebezieler van de heropleving van enkele tradities, zoals Zotte Maandag (dat zou uitgroeien tot de Bommels) en de Fiertel, waarvoor hij de vlaggen ontwierp. Hij excelleerde niet alleen in tekenen (en uiteraard ook beeldhouwen), maar ook in houtsnijkunst.

01/05/26

Elisa Maréchalle

(foto: stad Ronse)

Gisterenavond vond in de bib van Ronse een tweede lezing plaats in het kader van de Erfgoeddag, waarbij opnieuw een opmerkelijke kunstenares voor het voetlicht gebracht werd. Dit keer betrof het stillevenschilder Elisa Maréchalle (geboren Willocq), die leefde van 1849 tot 1923. 
Pieter-Jan Lachaert van het stadsarchief bracht deze Ronsese onder onze aandacht, waarbij hij niet alleen inzoomde op haar leven en werk, maar ook op haar belang én de redenen waarom ze in de vergetelheid raakte. 
Elisa Maréchalle(-Willocq) werd geboren in Hacquegnies, tussen Ronse en Leuze, maar verhuisde met haar gezin al vroeg naar Ronse. Ze huwde met Charles Maréchalle, een niet onverdienstelijk schilder die vooral binnen het leger carrière maakte als tekenleraar. Ze zou, wat heel uitzonderlijk is in de negentiende eeuw, pas een opleiding gekregen hebben (van haar man) nà haar huwelijk. Een tiental jaren was ze actief en schilderde ze dus vooral stillevens, op doek. Ze maakte deel uit van de Cercle des Femmes Peintres en stelde tentoon op enkele salons en tentoonstellingen in Brussel, Gent, Antwerpen, Doornik, Glasgow,...

 
(Stilleven met instrumenten, Elisa Maréchalle) 

Slechts weinig van haar werken zijn bekend en af en toe duikt er nog eens eentje op bij veiligen, maar voor het grote publiek is ze een nobele onbekende, onder meer omdat er geen werken van haar in publiek bezit zijn.
Het was een interessante kennismaking met één van minder bekende maar niettemin boeiende personen uit de late negentiende eeuw in Ronse.

28/04/26

Oscar Delghustprijs 2025

(foto Oscar Delghust: Archief Ronse)

Zondag werd in Ronse de 15e Oscar Delghustprijs uitgereikt. Dat is een vijfjaarlijkse prijs van de stad Ronse, ter waarde van 2500 euro, die wordt toegekend aan verdienstelijke historische studie over de geschiedenis van de stad Ronse en omgeving. De prijs is vernoemd naar één van de pioniers van de studie van de stadsgeschiedenis, dokter-historicus Oscar Delghust (naar wie ook een Ronsese straat vernoemd is).

Voorafgaand aan de prijsuitreiking was er een lezing door Ruben Pede, de archeoloog werkzaam bij Solva. Hij leidde de archeologische opgravingen n.a.v. de verbouwing van het stadhuis. Deze opgravingen werden net beëindigd. Voor volledige conclusies mag het dan nog te vroeg zijn, hij gaf al enkele krachtlijnen mee die uit de opgravingen naar voor komen, zeker in de context van reeds eerder verrichte archeologische opgravingen in het centrum van Ronse. Het werd een boeiende uiteenzetting waarin niet alleen duiding werd gegeven bij wat gevonden werd, maar ook interessante hypothesen opgeworpen werden voor verdere studie en onderzoek, vooral met betrekking tot de volmiddeleeuwse geschiedenis van Ronse. De laatmiddeleeuwse geschiedenis kan immers al behoorlijk goed in kaart gebracht worden als het gaat over hoe er in het centrum van Ronse gewoon werd, maar de periode vóór de 12e eeuw roept voorlopig nog meer vragen op dan dat ze antwoorden heeft prijsgegeven.


De Oscar Delghustprijs ging dit jaar naar historicus Nico Wouters, die de zaak Vindevogel onder de loep nam. Deze zaak is een erg beladen onderwerp in Ronse, waarover hij met een meer afstandelijke en objectieve blik zijn licht liet schijnen. Leo Vindevogel was de oorlogsburgemeester van Ronse in WO II en werd erna veroordeeld tot de doodstraf wegens collaboratie en geëxcuteerd, waarmee hij het enige Belgische parlementslid is dat effectief de doodstraf kreeg voor zijn rol onder de Duitse bezetting.
We citeren uit het juryrapport:

“Door feiten en herinneringscultuur tegenover elkaar te plaatsen, ontleedt de auteur zorgvuldig hoe een complex web van emoties, bronnenproblemen en jarenlange polemiek de zaak‑Vindevogel heeft gevormd, en reikt hij een genuanceerd, historisch onderbouwd tegengewicht aan voor decennialange mispercepties.”

“Geen sinecure voor een gepolitiseerde zaak waarover er al zoveel inkt is gevloeid. De werkelijkheid blijkt -zoals zo vaak- niet zwart-wit te zijn.”

“In wezen een meta-studie van vele decennia historisch onderzoek en polemiek.”

(bron: website stad Ronse

Nico Wouters, directeur van CegeSoma – Studiecentrum Oorlog en Maatschappij, ontving de prijs voor zijn artikel in het Belgische Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, dat je hier (pdf) kan lezen.

23/04/26

Louise Héger

(bron: Eline Sciot "J'ai soif d"un grand ciel", 2010)


Afgelopen dinsdag organiseerden de bib van Ronse, de Geschiedkundige Kring van Ronse en de kunstacademie een eerste van twee lezingen n.a.v. Erfgoeddag. 
Kunsthistorica Eline Sciot (momenteel werkzaam in het Afrikamuseum in Tervuren) liet haar licht schijnen over de vrouwelijke Brusselse landschapsschilder Louise Héger. Onder de titel J'ai soif d'un grand ciel belichtte ze haar werk en leven aan de hand van het brievenarchief dat het Museum voor Schone Kunsten in Gent beheert. Behalve de levensloop en werken van Héger, kwamen de persoonlijke én maatschappelijke context waarin ze eind negentiende en vooral begin twintigste eeuw schilderde, aan bod. Er was niet alleen de reeds bekende barrière waar vrouwelijke kunstenaars, die pas recent meer aandacht beginnen te krijgen, mee worstelden: weinig scholingsmogelijkheden, weinig expositiekansen, weinig aandacht en door mannen vaak in een hoekje van "amateurisme" geduwd. Ze had als ongetrouwde vrouw ook een reputatie als eerbare vrouw hoog te houden, wat ervoor zorgde dat ze lange tijd steeds een man als chaperone nodig had om te gaan schilderen (in open lucht, zoals toen voor landschapsschilders de gewoonte werd). Ook bezoeken aan mannelijke collega's en hun ateliers waren niet evident. 
De kunsthistorica slaagde er in deze lezing goed in om een beeld te schetsen van die maatschappelijke context (naast persoonlijke factoren die een invloed hadden op de carrière van Louise Héger) en dat vormt ongetwijfeld een mooie instap voor het verhaal dat de tweede lezing, volgende donderdag, zal brengen.

 Route des pêcheurs à Coxyde
(Bron: Collectie NAVIGO Visserijmuseum)

 

Op donderdag 30 april zal Pieter-Jan Lachaert het artistieke parcours van de Ronsese Elisa Maréchalle belichten. Ook deze lezing is gratis, je dient wel vooraf in te schrijven. Alle informatie vind je hier

16/02/26

Huiselijke zorgen


Een vrouw staat met gekruiste armen peinzend en ook wat meewarig te kijken: het beeld kijkt uit op het Jean-Baptiste Mouroitplein over het kleine parkje richting De Hoge Mote (met het MUST). Dit bronzen beeld is het werk Huiselijke zorgen van de bekende beeldhouwer en schilder Rik Wouters (1882-1916). Het beeld werd in twaalf exemplaren gegoten en staat onder meer ook in Mechelen, Antwerpen, Den Haag en zelfs Buenos Aires. Model voor het beeld stond Wouters' vrouw Nel (Duerinckx), die voor altijd zijn muze zou blijven. 
Hoewel uit Nels relaas van het ontstaan van het werk niet blijkt dat ze in die pose gekweld werd door huiselijke zorgen, is de titel treffend en is de uitgebeelde pose herkenbaar als die van een huisvrouw en moeder die zich om de dagelijkse beslommeringen bekommert.


Wie recht voor het parkje staat, kan niet naast het beeld kijken en evenmin naast de bomen die de aandacht trekken, zoals de gele trompetboom.

20/01/26

Malanderpark


Wie Ronse vanaf Oudenaarde binnenrijdt, wordt net voor hij vergast wordt op een magnifiek uitzicht vanaf de afzink op de Kruisstraat, nog eerst verleid met een blik op het Malanderpark, officieel het de l'Arbre de Malanderpark. Al is verleid misschien een iets te genereuze omschrijving gezien het park bij momenten (zoals nu wanneer de wilgen net geknot zijn) een wat troosteloze en armoedige aanblik biedt. 
Nochtans heeft het enkele troeven die nu nog onvoldoende uitgespeeld worden om ook een toeristische attractie te vormen. Wellicht heeft de ligging langs een drukke invalsweg met vrijwel geen enkele parkeergelegenheid daar ook mee te maken. 


De grond was oorspronkelijk een zandwinningsgebied voor de stad Ronse, tot die halfweg de vorige eeuw geschonken werd door de kasteelheer van het even hogerop gelegen kasteel de Malander (tegenwoordig aan de overzijde van de Kruisstraat). Deze Louis de l' Arbre de Malander is de grootvader van Isabelle de Malander, die in 1971 de Liechtensteinse prins Filips huwde. In 1951 ontwierp tuinarchitect René Pechère er de basis van de huidige tuin. In 2008 was het echter al in die mate achteruitgegaan dat volgens de Vlaamse bouwmeester het oorspronkelijk ontwerp niet meer zichtbaar was an sich, dat de originele planten en bomen wildgegroeid of zelfs verdwenen waren en dat ook het schitterende uitzicht belemmerd werd door hoge bomen. Het project tot de opmaak van een herwaarderings- en inrichtingsplan werd echter geannuleerd.


Tegenwoordig kan je gelukkig toch nog wat terugzien van het ontwerp, is het uitzicht enigszins hersteld en tref je nog steeds op het hoogste punt een gedenksteen met zonnewijzer.


René Pechère, die het park aanlegde, was een invloedrijk tuinarchitect. In Ronse stond hij in voor de heraanleg van het kloosterpand aan het Kaatsspelplein, nabij de Sint-Hermescrypte. Verder ontwierp hij o.a.:
- de tuin van het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling Parijs 1937
- de tuinen van de kasteeldomeinen van Beloeil en Argenteuil
- het bovenste gedeelte van de Kruidtuin in Brussel
- in grote mate het uitzicht van de terreinen van Expo '58  
- de tuin van het Rijksadministratief Centrum in Brussel, in 2008 per ongeluk afgebroken maar in 2014 heraangelegd

02/06/25

Polyfonie


Echt beroemd kan je hem niet noemen, maar voor wie thuis is in de (muziek)geschiedenis is de in Ronse geboren Cypriaan De Rore toch een momument. Deze zestiende-eeuwse componist stond bekend als één van de vertegenwoordigers van de vijfde generatie van de Franco-Vlaamse School in de polyfonische muziek. Vooral zijn madrigalen zijn geroemd. Met zijn composities had hij een sterke invloed op de Renaissance en de Italiaan Claudio Monteverdi noemde hem als zijn belangrijkste invloed.
Aan de zijkant van de Sint-Hermesbasiliek vind je nog steeds zijn grafsteen, hoewel hij in Parma stierf.

Tien jaar geleden vierde Ronse de 500e verjaardag van De Rore met een groots festival en nu vieren ze opnieuw, komend (Pinkster)weekend. CC De Ververij belicht zijn leven (waarover weinig bekend is) en werk met lezingen, open repetities en concerten. Het volledige programma vind je hier

22/09/24

Sierk Masjiek


Even waande ik me gisteren terug in (een kleine versie van) Gent. Het gratis festivalletje Sierk Masjiek, een festival van de verwondering, verbeelding en verbazing, richtte zich vooral tot kinderen maar ook voor volwassenen was er genoeg leuks te zien. Het deed me allemaal een beetje denken aan MiraMiro, het straattheaterfestival tijdens de Gentse Feesten dat me elk jaar weet te bekoren.


Dat Gents gevoel werd alleen maar groter bij de eerste act die je zag als je het buitenterrein van CC De Ververij betrad: poppentheater Pedrolino bracht er een voorstelling van Pierke Pierlala. Het vervulde me van intens genot en ook wel een beetje heimwee om het Gents en die typische Pierke-humor te horen.




Verder waren er allerlei installaties (een houten speeltuin), kleine voorstellingen (een mobiel dokterskabinet voor "kwakzalverij en kakadorissen", De Spierderij -waarover straks meer-, een mobiel orkest en twee vreemd uitgedoste figuren die in interactie gingen met het publiek,...). Kinderen konden zich laten grimeren of bij Madame Chapeau gekke hoeden laten aanmeten.


Toen de voorstelling van De Spierderij (een wedstrijd "om ter sterkst" tussen een kind en een volwassene) begon, werd ik toch wel uitgekozen als Chinese vrijwilliger om mee te doen, zeker. Het was best wel een grappige voorstelling en het was leuk om mee te doen en uiteraard won het kind na 3 proeven (dat is nu eenmaal een ongeschreven regel van dit soort straattheater).

25/07/24

Streetart (1)


In Ronse is heel wat streetart te zien. Af en toe zullen we u hier een mural voorstellen. Vandaag beginnen we alvast met deze van Djoels.
Het is een portret van Manou Kersting, een Belgisch-Nederlandse acteur die we vooral kennen van Matroesjka's, Crimi clowns, Aspe, Knielen op een bed violen (de verfilming van het prachtige boek van Jan Siebelink), Cordon en heel wat kleinere rollen in de meest uiteenlopende series. Hij is ook in het theater erg actief, niet enkel als acteur maar ook als regisseur.

Djoels is een Westvlaamse tattoo- en graffitikunstenares, gespecialiseerd in portretten en realistisch werk.
Je kan dit graffiti-portret bewonderen op de binnenkoer van de lesplaats van Ligo (volwassenenonderwijs) in de Alexandre-Louis Vanhovestraat (nummer 36).

28/06/24

Komt kijken en luisteren!


Als kind werden we door onze ouders vaak meegenomen naar het Citadelpark in Gent.  Hoofdattractie was steevast het voederen van de eendjes (niemand maakte zich in die tijd bedenkingen over de gevolgen voor de eenden) in één van de vijvers in het park. Een opmerkelijke locatie was ook de kiosk aan de kant van de ring rond Gent. Die sprak tot onze verbeelding, we zagen er immers nooit optredens of zo, het was toen vooral een verheven speellocatie voor de kinderen. Op latere leeftijd heb ik ter gelegenheid van één of andere festiviteit wel eens een fanfare of harmonie er zien optreden, zoals dat vaker gebeurde in de kiosk op de Kouter. 


Kiosk Citadelpark (foto: stad Gent)

Pas op volwassen leeftijd ontdekte ik dat ook Ledeberg, waar ik opgroeide (en ook later nog veel van mijn volwassen jaren zou wonen), ooit zo'n kiosk had, op het kerkplein (thans Ledebergplein). Dat is nog duidelijk te zien op oude ansichtkaarten.


Kiosk Ledeberg (oude postkaart, stad Gent)

In het Bruulpark in Ronse staat tevens een exemplaar, prominent in het midden van het grasveld. Het Bruulpark werd tijdens het Franse bewind aangelegd als promenade en heette toen nog L'Esplanade.  In het midden  van de 19e eeuw verscheen de oorspronkelijke kiosk, naar een ontwerp van architect Jean Baptiste Royers, ooit de stadsarchitect van Ronse en docent aan de academie. Het huidige exemplaar werd in 1966 gebouwd, boven de elektriciteitskast die je onder de trap kan zien. Architect J. Deweerdt tekende voor dit ontwerp. Opmerkelijkste kenmerk van de kiosk is het dak, aan de binnenkant bekleed met hout en in een atypische vorm als ik het vergelijk met de andere stadskiosken die ik al ooit zag.


Concerten zag ik er nog niet (ik meen me wel te herinneren dat er sinds ik hier kwam wonen, minstens één keer iets gepland was waar ik echter niet naar gaan kijken ben) en dus zie je hier vooral kinderen spelen, zoals dat ook in de kiosk van het Citadelpark het geval was (en vermoedelijk nog steeds is).

23/06/23

Het voetbalhart klopt hier niet meer (deel 1)

Als kind was de eerste voetbalwedstrijd waar mijn vader mij mee naartoe nam, als ik me goed herinner, een thuismatch van AA Gent tegen SK Beveren. We mochten als kinderen in de staantribune rechtover de hoofdtribune, in de box die soms voorbehouden was voor de televisie, als die de match toonden. Gent speelde toen nog in tweede klasse, dus was die leeg. Leuk detail: in de krant (Het Volk) stond een foto van de match genomen tijdens een fase rond de middellijn en op de achtergrond kon je mij en mijn broer zien zitten (amper herkenbaar natuurlijk).
Voetbal is altijd een belangrijk deel van mijn leven gebleven en hoewel ik allesbehalve een fanatieke supporter ben, blijft AA Gent toch in mijn hart. Maar ik kan ook genieten van andere ploegen en andere stadions. Enkele jaren geleden, toen we het huis hier net gekocht hadden, ging ik met mijn beste vriend naar de bekerwedstrijd van KSK Ronse tegen Racing Genk. Voor de Ronsenaren was deze loting in de Croky Cup natuurlijk een buitenkans, maar sportief maakten ze niet echt kans, zoals ook zou blijken. De sfeer in het stadion was echter geweldig.
KSK Ronse is intussen opgegaan in fusieclub KSK Vlaamse Ardennen, met KVV Vlaamse Ardennen uit Maarkedal maar nu spelend in het stadion van KSK Ronse. KSK Ronse was zelf een fusieclub, van AS Renaissienne en FC Renaissienne, sinds 1987. 


Vandaag hebben we het over het oude stadion van ASSA Ronse, zoals de club in het Nederlands heet. Ze speelden in het Maurice Vandewielestadion, gelegen aan de Viermaartlaan. Het stadion is niet meer in gebruik en wordt (of werd?) verkocht maar soms kan je er toch nog een kijkje nemen (als is het strikt genomen verboden want privé eigendom). 

 

Veel blijft er niet meer over: je ziet een hoog grasveld waarin nog 2 doelen staan en de hoofdtribune, met zwarte en groene verf, verkeert in niet al te beste staat meer. Bovendien staat er intussen al wat begroeiing voor. Maar toch krijg je een idee van hoe voetbalfans hier hun ploeg hebben aangemoedigd. Ooit was dat zelfs tot in tweede klasse en ooit speelde een zekere Raymond Goethals bij de club.
Veel meer informatie over het stadion, zijn geschiedenis (en dat van de club) kan je hier vinden. En in een later te publiceren deel 2 gaan we op zoek naar het voormalige stadion van FC Ronse, het Parc Lagache, waar nu tennis- en padelvelden zijn.




13/06/23

Ronssies, een dialect als geen ander

Naar het schijnt is het Ronsisch dialect (of "Ronssies" zoals dat hier dan heet) net als Gents een dialect dat een heel bijzondere plaats inneemt binnen de Vlaamse dialecten. Terwijl de meeste dialecten heel erg verwant zijn binnen eenzelfde regio, geldt voor beide dialecten dat ze een heel unieke mengelmoes zijn. De historische ontstaangeschiedenis met de verschillende invloedssferen doorheen de geschiedenis én de komst van heel wat arbeiders van heinde en verre voor de textielindustrie, zouden hiervoor verantwoordelijk zijn.
Binnen de stedelijke cultuurraad werd in 2011 de werkgroep 't Ronssies Geklapt opgericht om het dialect te herwaarderen, te beschermen en te promoten.
Eén van de meest zichtbare elementen daarvan is het beeldje dat je hierboven al zag. Het stelt "Buuntsies Neutsies" voor, de bijnaam van Julien Deraedt, die in de vorige eeuw zijn gepofte erwtjes aan de man bracht bij voetbalwedstrijden en andere activiteiten. Hij staat symbool voor het dialect en naar het schijnt brengt even over het hoofd wrijven van het beeldje geluk. Hij staat afgebeeld met de mand waarmee hij door de stad trok. Je vindt het beeldje in het centrum , aan De Vrijheid, het gebied nabij de Sint-Hermesbalisiek. Over de geschiedenis van dat stadsdeel zal ik het later nog wel eens hebben.


De "buuntsies" worden overigens nog steeds gemaakt, door Marnic Torque, en je kan ze niet alleen kopen bij de toeristische dienst maar in heel wat cafés staan ze naast chips en een kaasje op het menu.
Zoals ik al eerder vertelde, ben ik dan wel een Gentenaar van geboorte, ben daar opgegroeid en heb daar een groot deel van mijn volwassen leven gewoond, maar wellicht doordat mijn ouders uit de omliggende streek waren (Beervelde en Lochristi) spraken wij geen Gents en ik ben dat dialect dan ook niet machtig. Ik luister er wel graag naar en kan genieten van b.v. de liedjes van Walter De Buck in het Gents (waarvan vele eigenlijk door volkszanger en notoir socialist Karel Waeri zijn geschreven bijna een eeuw eerder). Het dialect hier in Ronse kan ik uiteraard zeker niet en het klinkt in mijn oren inderdaad als een vreemde mix van Westvlaamse, Brabantse en nog een hele hoop andere klanken. Leuk is wel dat aan heel wat winkels een bordje hangt met een Ronsisch dialectwoord dat verbonden is met het soort winkel waar je langsloopt.

11/06/23

Plons!


Deze week las ik dat het oud zwembad van Ronse te koop staat. Het gebouw in de Engelsenlaan was nog in gebruik toen we ons huis kochten, maar kort erna werd het gesloten omdat ter hoogte van het sportcomplex 't Rosco, waar ook het voetbalstadion van toen nog KSK Ronse staat, een nieuw zwembad in gebruik werd genomen. Dat laatste kende echter wel wat hindernissen want er was een gigantisch waterlek waardoor het opnieuw maanden gesloten was.




Sinds het op 30 juni 2019 sloot, staat het gebouw er leeg en ietwat verkommerd bij. In de zomer van 2020 deed het nog even dienst als locatie voor het kunstproject Salon des Artistes (samen met het oude postgebouw op de Grote Markt). Oorspronkelijk waren er plannen om het in te richten voor de jeugd, maar die vage plannen werden dus afgevoerd en nu kan je het zwembad kopen voor minimum 350.000 euro. Er gelden enkele voorwaarden: de laanstructuur én het oorlogsmonument aan de ingang moeten behouden blijven, de toegang tot het achterliggende park moet gevrijwaard blijven en er mogen maximaal vier bouwlagen komen. Retail mag er niet komen, het is de bedoeling dat het een woonfunctie krijgt.




07/06/23

Bewaar ons van geestelijk lijden


Vorige zondag, Heilige Drievuldigheidszondag in de kerkelijke kalender, hield Ronse naar jaarlijkse en eeuwenoude traditie de Fiertel(ommegang). Daarbij worden de relieken van de patrooheilige van de stad, Sint-Hermes, rondgedragen op een parcours van maar liefst 32 kilometer helemaal rondom Ronse. Volgens de traditie wordt daardoor iedereen binnen die cirkel beschermd tegen geestesziekten. Over wie Sint-Hermes was en hoe hij nog aanwezig is in de stad, zal ik het later zeker nog een keer hebben.
Mijn eigen gezondheidstoestand staat me niet toe om fysiek deel te nemen aan de Fiertel, maar dit jaar wou ik absoluut gaan kijken. Het programma van de Fiertel is eigenlijk gespreid over twee dagen, met op zondag dus de ommegang. Op zaterdag trekken de figuren Trommel en Fluitje door de stad. Vorig jaar was het me niet gelukt hen te treffen, ik moet hen mislopen hebben bij mijn kriskras tocht door het stadscentrum. Ik sprak zelfs winkeliers aan om informatie te krijgen over waar ik ze kon treffen, maar ze konden me niet verder helpen. Het officiële programma was immers niet duidelijk over hun start- of eindhalte en het parcours dat ze zouden volgen, enkel het beginuur stond vermeld. Dit jaar wou ik niet dezelfde fout maken en dus toerde ik met mijn scooter door de binnenstad, overtuigd dat ik hen toch een keer moest treffen. Het werd net als vorig jaar een kale reis.


Op zondag ging ik kijken ter hoogte van de kruising tussen de Kruisstraat (op de bekende flank van het wereldkampioenschap wielrennen waar Criquielion een mogelijke wereldtitel verloor door een val) en Broecke, ook het punt tot waar de notabelen en de harmonie meestappen. Nog voor de officiële stoet voorbijkwam, passeerden er constant wandelaars die de Fiertel ook zouden afleggen (of een deel ervan). De vrolijke ambiance, het grote aantal wandelaars en de diversiteit aan deelnemers (van kinderen in een buggy tot mensen met al behoorlijk wat jaren op de teller) verbaasden me. Ik kreeg meteen zin om ooit ook eens, minstens gedeeltelijk, mee te wandelen. Hopelijk lukt dat ooit eens, als mijn lichaam het opnieuw toelaat.
Doordat de Kruisstraat oploopt, hoorde je de harmonie die marsmuziek speelde, al nog voor je hen zag opdoemen vanachter de flauwe bocht die de straat lager maakt. De hele parade is naar alle eerlijkheid indrukwekkend. Hoogtepunt is natuurlijk het door dragers meegezeulde reliekschrijn, dat voortdurend begeleid wordt met het geklingel van twee handbellen.

Bekijk hieronder het filmpje dat ik maakte van de doortocht:


05/01/23

Lieve mensen

Lieve mensen,

vooreerst een gelukkig nieuwjaar. Moge 2023 een fijn jaar worden voor u en uw familie en ook voor Ronse. Iets meer dan een jaar woon ik hier intussen en ik ben van de stad gaan houden. Ik woon hier graag en ik ontdek nog regelmatig nieuwe plekjes waar het fijn is, activiteiten die interessant zijn en een fijne leefomgeving.

Ik zeg ook niet zomaar "lieve mensen" want als er iets is wat me is opgevallen in het voorbije jaar, is het wel dat ook iedereen die bij me op bezoek komt het erover eens is. Ronsenaren zijn vriendelijke, lieve mensen. Waar ik ook met mijn bezoekers kom om te winkelen, te eten of iets te drinken, telkens opnieuw zeggen ze op het einde van de dag: "Zo vriendelijk dat de mensen hier zijn!". Ik merk het ook. Ik heb geen idee waarin het verschil ligt met b.v. Gent en Brugge (maar ook met meer landelijke gemeenten waar mijn vrienden wonen), maar het valt op. En daarom, lieve mensen, koester die vriendelijkheid en laat ze ook in 2023 hét kenmerk zijn van Ronse.

08/12/22

A touch of glass

Winteravonden zijn ideaal om in Ronse te genieten van de mooie glasramen en deuren waarachter (soms) het licht brandt van zodra de schemering invalt. Samen met mijn vriendin, die glas-in-lood volgt in avondles, lieten we ons gidsen door de binnenstad van Ronse op zoek naar de mooiste ramen van de stad.

De gidsbeurt startte in de Sint-Martinuskerk, waarover ik het hier al eens eerder had. De kerk herbergt immers prachtige glasramen die allemaal in het begin van de twintigste eeuw werden gemaakt, tijdens de hoogdagen van de Ronsische textielbaronnen. Hoewel de eerste wereldoorlog nog volop aan de gang was, pakten de rijken van de stad vooral bij de bouw en de inrichting van deze kerk uit met hoeveel geld ze te besteden hadden. De beste architecten en glazeniers werden ingehuurd, niet zelden uit Gent. Elke rijke familie heeft zo wel zijn pronkstuk ergens in de kerk waar het licht prachtig doorheen valt.


Na een uitgebreide uitleg trokken we de stadsdelen in die gebouwd waren in diezelfde periode en erna, zeg maar het interbellum vooral, waar we pareltjes van art déco zagen en daarop geïnspireerde bouwstijlen en waar menig huis ook versierd was met soms zeer opvallende glasramen, die een idee gaven van de welvaart van de bouwheren. 


 

Eindigen deden we bij glasjuwelier Elisabeth Leenknegt die onder de naam Elisa Lee in haar atelier in de Fostierlaan samen met haar medewerkers juwelen vervaardigt die in haar winkels hier, in Gent, Antwerpen en Leuven verkocht worden. Haar vader maakt overigens glassculpturen waarvan je er talrijke kan bewonderen in het AZ Glorieux, onder meer in de inkomhal.